overige manieren van meten

AARDBEVINGEN
Om de sterkte van een aardbeving en de gevolgen ervan weer te geven zijn twee verschillende schalen in gebruik: de intensiteitenschaal van Mercalli en de magnitudeschaal van Richter. De schaal van Mercalli richt zich op de gevolgen. De schaal van Richter is een maat voor de kracht van de aardbeving zelf.
Daarnaast is beoordelingsrichtlijn CUR 57 voor schade aan gebouwen door menselijk handelen en de snelheid van de trilling aangegeven om een indruk te geven van de grootheid van de trilling.
Mercalli Richter CUR 57 mm/s Omschrijving Mercalli
I 2 G en F <1 Alleen door seismografen geregistreerd
II 2,5 E 1-2 Zeer licht: slecht onder gunstige omstandigheden gevoeld
III 3 E 2-3 Licht: trilling als voorbij rijdend verkeer
IV 3,7 D 3-6 Matig: door velen gevoeld; rammelen van deuren en ramen; trilling als van zwaar verkeer
V 4,3 C 6-15 Vrij sterk: algemeen binnenshuis gevoeld opgehangen voorwerpen slingeren
VI 5 B en A 15-30 Sterk: Voorwerpen in huis vallen om; schade aan minder solide huizen
VII 5,5 A 30-60 Zeer sterk: schade aan vele gebouwen;schoorstenen breken af
VIII 6 A 60-160 Vernielend: paniek algemene schade aan gebouwen
IX 6,7 A 160-300 Verwoestend: Vele gebouwen zwaar beschadigd; ondergrondse pijpleidingen breken
X 7,3 A 300-600 Vernietigend: verwoesting van vele gebouwen
XI 8 A 600-1500 Catastrofaal: algemene verwoesting van gebouwen
XII 8,5 A >1500 Buitengewoon catastrofaal: algemene verwoesting
De intensiteitenschaal van Mercalli

De schaal van Mercalli (in 1902 geïntroduceerd door de Italiaan Mercalli) geeft de intensiteit (uitwerking) van een aardbeving weer. De intensiteit is een aanduiding voor wat er op een bepaalde plaats wordt waargenomen van een aardbeving, dus wat de effecten zijn op bijvoorbeeld mensen, voorwerpen, gebouwen en landschap. De Mercalli-schaal is verdeeld in 12 delen, aangegeven met Romeinse cijfers. Deze schaal is in 1964 voor Europa aangepast en wordt aangeduid als de MSK-intensiteitenschaal, genoemd naar de ontwerpers Medvedev, Sponheuer en Karnik. Inmiddels hanteert men in Europa sinds 1992 een Europese Macroseismische Schaal (EMS92).
De schaalverdeling loopt van I (niet gevoeld, slechts door instrumenten geregistreerd) tot XII (buitengewoon catastrofaal). De intensiteit is in het algemeen in de directe omgeving van het epicentrum groter dan op plaatsen verder daar vandaan. Als de intensiteit dichtbij het epicentrum van een aardbeving bijvoorbeeld VIII bedraagt, zal deze in relatie tot de afstand afnemen tot IV, III en tenslotte I.
De magnitudeschaal van Richter

De schaal van Richter is in 1935 ontworpen door de Amerikaanse seismoloog Charles Richter en is gebaseerd op de sterkte van de trillingen, zoals die gemeten worden op het seismogram. De sterkte, uitgedrukt in eenheden op de schaal van Richter, wordt de magnitude van een aardbeving genoemd, analoog aan het begrip uit de sterrenkunde om de helderheid van een ster mee aan te geven. De magnitude wordt berekend aan de hand van de grootte van de uitslagen van de registratie van de aardbeving. Hierbij worden correcties toegepast om de invloed van de afstand tussen epicentrum en seismisch station in rekening te brengen. Met het toenemen van de afgelegde afstand verliezen de seismische golven door geometrische spreiding en absorptie namelijk een deel van hun trillingsamplitude.
 
De schaal van Richter is logaritmisch, hetgeen betekent dat een tien keer grotere uitslag op het seismogram overeenkomt met een toename van één magnitude-eenheid. De schaal van Richter is noch aan de bovenzijde noch aan de onderzijde begrensd zoals dat wel het geval is voor de 12-delige schaal van Mercalli. Richter definieerde een standaard aardbeving van magnitude 3 wanneer op een afstand van 100 kilometer met een kortperiodische horizontale Wood-Anderson seismometer een maximale uitslag van 1 mm op het seismogram werd waargenomen.

Een aardbeving van magnitude 2 op normale diepte kan onder optimale omstandigheden nog net worden gevoeld. De zeer ondiepe bevingen in Noord-Nederland (tot maximaal 3 kilometer diep) kunnen al bij een magnitude van 1.2 worden gevoeld. In Zuid-Nederland komen bevingen voor op een diepte van 30 kilometer die pas worden gevoeld bij een magnitude groter dan 3.
Proefondervindelijk heeft men berekend dat iedere toename met één magnitude-eenheid een 30-voudige verhoging van de vrijgekomen energie in de vorm van seismische trillingen optreedt. De hoeveelheid energie die vrijkomt bij een beving van magnitude 7 is dus 900 maal (30 x 30) zo groot als die welke vrijkomt bij een beving van magnitude 5.
De energie die bijvoorbeeld vrijkomt wanneer een massa van 1 ton vanaf 100 meter hoogte op de grond valt is te vergelijken met de sterkte van een beving met magnitude 1.

Beoordelingsrichtlijn CUR 57

De schaal van Mercalli geeft een beschrijving van de invloed op gebouwen. De schaal van Richter geeft de sterkte van de trilling weer. In de CUR-57 wordt de sterkte van de trilling gegeven met daarbij een omschrijving van een mogelijke invloed op gebouwen.
Beoordeling van de gevolgen van opgewekte trillingshinder (door menselijke activiteiten) voor bouwwerken en mensen werd tot 1993 alleen gedaan op basis van criteria die vermeld zijn in de Nederlandse CUR-57 van 1972. In een grafiek zijn op de verticale as snelheden uitgezet en op de horizontale as de frequenties van de trillingen.
In 1993 en 2002 (herdruk 2003) is door de SBR een richtlijn gemaakt voor streefwaarden van trillingen die rekening houdt met de staat van een gebouw en de gebruikte materialen.